Vooreerst wensen we iedereen een gelukkig nieuw jaar! Dat alle utopische wensen toch eindelijk eens mogen uitkomen en alle (te) goede voornemens snel vergeten mogen worden.
Onze laatste dagen in Salvador zijn geteld en we hebben alweer een boeiende tijd achter de rug, maar de opmerkzame ziel zou kunnen vaststellen dat we de trouwe volgers van onze avonturen al even op hun honger laten zitten. We pikken de draad weer op in Pirenópolis, een pittoresk stadje in de staat Goiás, zo’n 150 km van Brasília. Na de drukke metropool Brasília is dit pittoresk Provencaals aandoend stadje een aangename afwisseling. Het ligt tussen de groene cerrado-bossen en bleef gespaard van de in Brazilië in elk iet of wat verstedelijkt gebied aanwezige hoogbouw. Na de vele warme nachten in de Pantanal en in ons tentje in Brasília, verwennen we onszelf in de naar onze normen luxueuze pousada Arvoredo. We genieten van een beetje rondwandelen en van enkele gezellige terrasjes en restaurantjes. Op een hete namiddag trekken we te voet naar een 5 km verder gelegen waterval voor een frisse duik. Deze wordt gevolgd door een frisse plensbui, we worden er namelijk regelmatig attent op gemaakt dat het regenseizoen in het land is. Na 3 nachtjes verlaten we op zaterdag 11 december met spijt Pirenópolis, en beginnen aan een lange busreis…
Twee jonge busschauffeurs namen ons, samen met een vijftigtal Brasileiros, op een net-niet-voor-vijftig-personen-gemaakte bus, mee richting het noordelijke Natal in de provincie Rio Grande do Norte (ongeveer 2250 km). We hebben het even nagekeken maar het goedkoopste vliegtuig had ons bijna het tiendubbel gekost van de bus… Na geregeld verkeerd rijden, geanimeerde commentaren van de bende jongeren op de bus, kennismaking met de favoriete muziek van deze laatsten, geparfumeerde sensaties bij de on-the-road-baby-verschoningen en enkele maaltijden in obscure wegrestaurantjes, komen we op maandagavond eindelijk aan.
We kozen voor een noordelijke bestemming, Natal, om daarna om de 3 à 4 dagen langs de kust af te zakken richting Salvador, waarbij we João Pessoa, Olinda, Recife en Maceió aandeden. Het werden goed gevulde dagen en we combineerden steeds wat culturele bezoeken aan de koloniale stadscentra, die deze kustplaatsen aan de 16e- en 17e- eeuwse kolonisatieperiode overhielden, met verkenning van de stranden of een extra uistap.
Van Natal onthouden we naast een (vruchteloze) zoektocht naar de bril van Annelies, die we op de nachtbus vergeten hadden, vooral het goedbewaarde Forte dos Reis Magos, de zandduinen waarvan er eentje recht in zee uitkomt en een gezellige buurt om ’s avonds iets te gaan drinken.
In João Pessoa sliepen we op een camping in een uitgat van het stadje waar we het stamcafé van de nachtwaker opzochten. Caipirinha kenden ze er zelfs niet maar we kregen er de afzonderlijke ingrediënten wel besteld! Cachaça wordt in de Nordeste vooral puur, uit gewone 15cl-glaasjes, gedronken, zo merkten we al snel op. Hoogtepunt was Ponta do Seixas, een klif op het meest oostelijke punt van het continent, waar we ons dichter bij Senegal bevonden dan bij de zuidelijke staten van Brazilië. Praia do Jacaré tenslotte is een rivierstrand waar dagelijks een lokale bekende Ravels Bolero speelt op een bootje voor de toeristen aan de kant. Nog altijd heel mooi maar de man zijn succes heeft er wel voor gezorgd dat hij tegenwoordig draadloos versterkt wordt vanaf de oever en begeleid wordt door een cd’tje.
Aan carnaval- en artiestenstadje Olinda houden we de leukste herinnering over, mede door de immense charme van het compacte historische centrum waar net de aanloop naar carnaval (in februari!) van start ging met optochten van percussiegroepen. Vanuit Olinda bezochten we het 15 km zuidelijker gelegen Recife, een stad bestaande uit eilandjes die door een 12-tal bruggen met elkaar zijn verbonden. Op het 50 km van Olinda gelegen eiland Itamaracá kwamen we zowel voor de gesloten deuren van het Forte Orange (Hollands) te staan als van een zeekoeienproject. Itamaracá kent gelukkig ook een vrij ongerepte natuur. Via een rustig wandelpad (nog uit de tijd van de Hollandse kolonisatie, en Hare Majesteit Beatrix heeft er ook al eens gewandeld), waarlangs we ook eens konden zwemmen, bezochten we het kleine dorpje Vila Velha waar een 400-tal mensen wonen (het leken er eerder een 40-tal).
In Maceió stond een blitzbezoek op het programma daar we ’s avonds pas aankwamen en de volgende avond al een nachtbus hadden naar Salvador. Opmerkelijk in Maceió waren de mooie stranden en de propere dijk waar het ook ’s avonds nog aangenaam en vooral veilig vertoeven is in de bars en restaurantjes. We waren er ook getuige van een nachtelijke visvangst, waarna de vis vanuit de netten werd verkocht, op het strand, in het donker. We namen er de volgende dag een zeilbootje dat naar 2 kilometer in zee gelegen riffen zeilde waar we konden snorkelen. We deelden het bootje met 2 broers uit Salvador, Wellington en Andre. Na het boottochtje nodigden ze ons nog uit om de rest van de dag met hen mee te gaan om, met hun auto, enkele afgelegen stranden wat noordelijker op te zoeken. Het werd een leuk dagje en op een terrasje achteraf nodigden ze ons uiteindelijk ook uit om voor réveillon (oudejaar) naar het vakantiehuis van hun ouders te komen waar de hele familie oudejaar zou vieren.
Op donderdag 23 december kwamen we aan in Salvador. De door Lode en Carolien aangeraden hostel bleek al snel een meevaller. We zouden hier blijven tot 3 januari, en de grote mooie kamer en centrale ligging beloofden ideaal te worden om nog eens wat relaxter van een lang verblijf op dezelfde plaats te genieten. De eigenaar organiseerde op kerstavond en op kerstmis een kerstmaaltijd met enkele familieleden en hostelverblijvers. Het is een dag waarop we toch net iets liever thuis bij de familie gezellig cadeautjes uitgedeeld en ontvangen hadden, maar ook hier zorgden kalkoen en de aanwezigheid van kinderen en vriendelijke mensen voor een leuke kerstsfeer.
Vanaf tweede kerst raakten we stilaan uitgerust en trokken we er weer op uit om Salvador te verkennen. We bevonden ons in het hart van Pelourinho, het historisch en cultureel centrum van Salvador da Bahia (Bahia is de staat). Vlak onder onze neus vonden we het plein Largo do Pelourinho waar Michael Jacksons clipje “they don’t care about us” werd opgenomen, alsook het plein Terreiro de Jesus, waarrond enkele van de spectaculairste kerken van Brazilie staan en waar de capoeirista’s en Baiana’s (vrouwen in typische klederdracht die de lokale specialiteit acarajé maken) alom tegenwoordig zijn. Kerken zijn er naar het schijnt 365, één voor elke dag (heilige) van het jaar. De aanwezigheid van de overwegend zwarte bevolking laat zich er goed opmerken en hun uitbundige en kleurige cultuur draagt bij tot het bruisende leven dat we in het hart van Salvador vonden. Tussen de vele winkeltjes met “artisanates”, gaande van postkaartjes en t-shirts tot schilderijen, lederwaren en instrumenten, bevinden zich bars en restaurantjes met dagelijks livemuziek. Na het horen van enkele zorgwekkende getuigenissen, het zien van de vele daklozen en het ervaren van de opdringerige bedelaars, is het ons duidelijk dat elke toerist hier gelijkstaat aan een rondlopend fortuin. Hierdoor gingen we enkel op stap met een minimum aan waardevolle zaken, en lieten we ons fototoestel ’s avonds op de kamer.
Een aantal uitstappen bracht ons ook wat verder. Zo woonden we een candomblésessie in een favela bij, een godsdienst die hoofdzakelijk Afrikaans van oorsprong is en door de zwarte slaven werd meegebracht. De rituele dansen ter verering van de “orixa’s” ging 4 uur aan een stuk door. We begrepen niet steeds wat elke dans voorstelde maar na afloop waren 4 nieuwe bekeerlingen gedoopt en moesten nog heel wat omstaanders wat afkoelen omdat ze per abuis “in trance” gegaan waren.
Salvador is aan een baai gelegen, de Baía de Todos os Santos (Baai van Allerzielen). Opmerkelijk gevolg hiervan is dat je vanaf de oostelijke oever van de baai de zon “in de zee” ziet zakken, wat nergens anders in Brazilië het geval is omdat er alleen oostkust is. De Baianos zijn er heel trots op en dus wandelden we op een middag de oostelijke oever af langs verschillende musea en forten, om zo tegen zonsondergang bij de uitgelezen plek aan de Farol da Barra aan te komen (vuurtoren van “Barra”).
Aan de overkant van de baai bevindt zich het eiland Itaparica, waar we in 50 minuten heen vaarden om er een middag op het strand door te brengen, samen met véle anderen… De traditie aan het strand is hier blijkbaar zo gegroeid dat je de volledige kaart van de nabijgelegen restaurantjes tot op je plastieken tafeltje aan het water kan krijgen. We stelden ons toch soms de vraag of het niet wat van het goeie teveel is, temeer omdat de Brazilianen werkelijk elk bekertje, papiertje, kroonkurkje… achteloos in het zand smijten. Het laat zich wel raden hoe zo’n strand er uitziet en jammergenoeg begint die houding ons meer en meer op te vallen, niet alleen op de stranden.
Een van de laatste hot items in Salvador die we bezochten was de Igreja do Bonfim wat verderop in de baai, een kerk waaraan kleurrijke lintjes worden gebonden die wensen in vervulling zouden moeten doen gaan. Overal in Salvador worden deze geluksbrengers voor je het weet rond je pols gebonden, waarna je de weldoener natuurlijk moet bedanken door het kopen van één van zijn “artisanates”.
Op 31 december trokken we zoals aangekondigd naar het buitenverblijf van de familie Santos, in Barra do Jacuípe, een kustplaatsje 40 km boven Salvador. Een twintigtal familieleden en vrienden kwam er samen om gezellig rond het zwembad of de snookertafel te vertoeven, of een partijtje domino, kaarten of dammen te spelen. Er wordt minder poespas rond gemaakt dan bij ons en iedereen eet (apart) wanneer het past een hapje tegen de honger, en drankjes bleken we eigenlijk zelf uit te frigo te mogen nemen. Tegen 22h30 trokken we richting een plein aan het strand waar enkele honderden mensen in groepjes verzamelden rond tientallen auto’s met buitensporige muziekinstallaties. Tegen 12u trokken we met onze frigoboxen naar het strand zelf waar tussen 23h55 en 0h05 lustig afgeteld werd, elk groepje volgens eigen horloge. We knalden een paar flessen schuimwijn open waarna de hele menigte in het water ging staan en 3 wensen deed bij het springen over 3 aankomende golfjes. Erna ging het feest door op het plein, waar we festivalgewijs van muziekgenre konden veranderen door ons een paar meter te verplaatsen. Dit alles in t-shirt uiteraard, maar dat behoeft geen uitleg… We wisten niet steeds goed op voorhand hoe alles ging verlopen, maar we waren erg welkom bij de familie (mochten er zelfs nog langer blijven) en hebben ervan genoten oudejaar op z’n Braziliaans te hebben gevierd!
Ons rugzak staat klaar om vanuit de hostel te vertrekken naar het prachtige natuurpark Chapada Diamantina. Het is ons weer niet gelukt om het kort te houden, de volgende keer misschien een beetje sneller een beknopt verslagje!
Groetjes!
Annelies en Martijn